Gust Molenberghs en Henk Vos
Gust Molenberghs, harmonicabouwer, hier in het gezelschap van. 'Gutcharlowies' op de spelemansdag in 1981.
Gust Molenberghs, harmonicabouwer, in zijn werkplaats te Dessel.

 

Gust Molenberghs, harmonicabouwer.

en

Parelmoeren knopjes en een blaasbalg

In het Belgische Dessel was ik in 1992 op bezoek bij August Molenberghs. Gust is harmonicaspeler én... harmonicabouwer In een oude stacaravan achter in zijn tuin stemt en repareert hij niet alleen accordeons, maar bouwt hij ook zijn eigen harmonica's (1). Zijn vrouw wijst me de weg en zegt met een vriendelijkheid waarin toch wat triests doorklinkt: 'Daor wönt 'm, se.'

 Als ik binnen kom, speelt hij juist een schottisch, het instrument stevig tussen kin en knie geklemd. De typische klank van de harmonica, een tienbasser, vult de warme ruimte van 'zijnen atelier' op deze koude winterdag. Terwijl Gust z'n melodie ten einde speelt, komt zijn hondje langzaam overeind om me een goeiendag toe te kwispelen. Z'n onafscheidelijk stompje sigaret blijft in z'n mond als hij me vanonder zijn klak welkom heet. De werkruimte is klein, maar efficiënt ingericht. Op de werktafel tegen de zijwand liggen gedeelten van harmonica's, mallen, matrijzen voor het stansen van de lepels en allerlei, veelal zelf bedachte gereedschappen.


 Op de eigengemaakte stemtafel vol hulpstukken, mesjes en andere kleinere gereedschappen staat nog een blok, waarvan de tongen op juiste hoogte moeten worden gebracht. Aanvankelijk maakt Gust een wat matte indruk, maar zijn ogen worden levendiger, als ik over zijn instrumenten begin en al gauw vertelt hij over vroegere jaren, over zijn werk en over zijn eveneens harmonica spelende vader en broers.

 Gust werd in 1918 geboren, in Dessel. Toen hij zo'n 13 jaar oud was leerde hij van zijn in 1972 overleden vader Jan Molenberghs op de lepelbasser spelen. Vader had zijn instrument gekocht bij Peer van Rotem in Mol. Gust en zijn broers kochten het bij Sjef Caers in Mol-Ezaert. De Molenberghs waren snel vaardig op hun instrument en na enige tijd speelden Gust en broer Frans dansmuziek op kermissen in de buurt. Toen Gust trouwde, is hij ermee gestopt. Zijn broers Frans en Louis hebben nog jaren op de kermissen gespeeld. Bij Gust viel er toen een grote pauze in zijn leven als muzikant; tientallen jaren speelde hij niet meer om pas bij zijn vervroegd pensioen op 60-jarige leeftijd zijn tienbasser weer voor de dag te halen.

 Samen met zijn broers en Charel Jacobs (beter gekend als 'Charel van den drukker'), bij wie ik in de jaren '70 al oude dansen had opgetekend (2), haalden ze de oude dansen weer op. Regelmatig kwamen ze bij elkaar, genietend van de muziek uit hun jeugdjaren en de herinneringen uit hun tijd als muzikant. Het spelen bleef niet beperkt tot de huiskamer en weldra trad het gezelschap 'Gutcharlowies' binnen en buiten de eigen streek op.

 Omdat Vught (waar harmonicabouwer Cees Eekels woonde (3)) te ver bleek voor kleine reparaties en ook omdat de instrumenten niet zo lang gemist konden worden, is Gust begonnen met zelf kleine mankementen te verhelpen. Zijn vak als 'technieker' kwam hem daarbij uiteraard goed van pas.

 Op zeker moment (het moet in'81/'82 geweest zijn) verraste hij zijn vrienden tijdens een repetitie met een eigengebouwde tienbasser en vanaf dat moment heeft de bouwdrift hem niet meer losgelaten.

 In de jaren'83/'84 bouwde hij 3 instrumenten voor zijn broers in het gezelschap. Daarna kwamen er stilaan bestellingen, zodat hij nu kan bogen op zo'n 8 eigengemaakte harmonica's, waarvan er o.a. één ging naar Mechelen bij Brussel, één naar Tilburg (een drie-rijer) en één naar Milleghem. De stemmingen van de instrumenten zijn verschillend, afhankelijk van de wensen van de muzikanten die ze gingen bespelen. Als technieker met een grote inventiviteit maakt hij alles zelf, alleen de tongen (de 'muziek') en de roosters waar de tongen op liggen, bestelt hij bij Henk Vos in Eindhoven, een oud en vertrouwd adres voor alles wat met accordeon heeft te maken of hij gebruikt tongen van oudere instrumenten. Niet dat hij de tongen niet zelf maken kan, maar het neemt erg veel tijd in beslag en de instrumenten zouden dan te duur worden. De tongen voor kleine reparaties maakt hij wel zelf, uit Zweeds verenstaal. De instrumenten worden afgewerkt met fineer en inlegwerk. Trots neemt hij een instrument op zijn knie.

 Het is buiten al donker. Het hondje dat zijn baas hoopvol aankeek, toen hij opstond, gaat weer liggen in het besef, dat hij nog niet naar buiten mag. Gust zuigt lucht in de balg van zijn instrument en speelt een wals die hij van zijn vader leerde. Zijn stevige vingers drukken resoluut op de knoppen. De tongen van de zware grond-bassen ondersteunen ver uitslaand de sierlijke walsmelodie. De glitters van het inlegwerk schitteren wisselend bij het trekken en duwen. Zijn klak overschaduwt zijn gezicht, maar ik zie nog net hoe hij me aankijkt en er een lach trekt om zijn mond.

Op de zijkant van zijn harmonica prijkt: 'August Molenberghs, Dessel'.

(1) De harmonica wordt in onze streek ook wel lepelbasser of tienbasser genoemd. Het is een diatonische accordeon, waarbij de halve tonen ontbreken. Het instrument geeft bij duwen andere tonen dan bij trekken. Zie voor meer informatie Liederen en dansen uit de Kempen, blz. 43
(2) Zie Liederen en dansen uit de Kempen, blz. 47 en verder vanaf blz. 437.
(3) Zie Liederen en dansen uit de Kempen, blz. 43 e v.

' gust molenberghs is gestorven op 7 DECEMBER 1997 (S.H.).' 

lepelbasser van Gust


   


uit: 

de Kroniek van de Kempen van  november 1992 

en in boekvorm

in Kroniek van de Kempen deel 12 bladzijde 75 en 76




Parelmoeren knopjes en een blaasbalg


 EINDHOVEN - „Als ik een accordeon zie, begint een computer in mijn achterhoofd te draaien. Ik weet hoe het instrument is gestemd, waar het vandaan komt en wat er mis mee is." Henk Vos (65), accordeonbouwer c.q. reparateur, behoort tot een uitstervend ras. Nog niet zo lang geleden heeft Henk Vos aan de hand van een foto een accordeon uit de tijd van zijn vaders jonge jaren op de kop kunnen tikken. Compleet met parelmoeren knopjes en de tekeningen van pauwenve-ren op de blaasbalg. Het stokoude instrument weerspiegelt de beginperiode van de accordeonliefde van de familie Vos.

 Omdat het in de jaren twintig nog niet mogelijk was om het geluid van de accordeon te versterken, werden de instrumenten regelmatig kapotgetrokken. Zijn vader moest dan op de fiets met de trekharmonica naar Den Bosch, en dat hing hem zo de keel uit dat hij zelf aan het knutselen sloeg. Met de stalen strippen uit een oud korset als materiaal voor het repareren van het binnenwerk.
Vader Vos zette een bedrijf op en dat kreeg Henk op 28-jarige leeftijd in de maag gesplitst. „Op mijn vaders sterfbed moest ik beloven dat ik het zaakje draaiende hield. Achterafheb ik het hem niet kwalijk genomen, want ik heb mijn leven lang kunnen genieten van een prachtig vak.

 Dat compenseert alles." Henk Vos vertelt vanuit zijn schommelstoel, met zijn bril losjes in zijn linkerhand. „Hoe bezeten ik ben van het instrument, kan ik het best via mijn vader illustreren: mijn vader liep rond in een ! kapotte broek en kocht wel een accordeon. Tegenwoordig staat er niet zo'n hoge prijs meer voor een obsessie; maar ik heb nooit een accordeon weggegooid. Boven liggen nog een boel stukken en brokken." De accordeonreparateur heeft in zijn leven pakweg tienduizend instrumenten uit elkaar gehaald. Al was een trekharmonica van de kerktoren gevallen, Henk Vos kon hem repareren, was het credo. „En ik kan het nog steeds. Maar ik vraag me nu wel af of een reparatie nog wel zinvol is." De Eindhovenaar is toe aan zijn pensioen en doet 'alleen nog maar zinvolle klussen'.

 Een klant zei laatst nog tegen Vos: 'Jij, jij kunt niet stoppen met het repareren van accordeons. Je bent veel te gek op die instrumenten'. Een beetje gelijk heeft die klant wel gehad, erkent Vos, maar hij zet noodgedwongen een punt achter zijn carrière. „Als het moet kan ik nog dag en nacht werken, maar ik heb de energie niet meer." Al die accordeon-kennis zal verloren gaan. In het opleiden van twee geïnteresseerde mensen heeft de Eindhovenaar veel energie en tijd gestoken, maar om persoonlijke omstandigheden haakten beiden af. Zijn vier kinderen hebben wél het talent, maar niet de liefde voor muziek geërfd. En zoals zijn vader hem heeft opgezadeld met het bedrijf, zo zal hij zijn kinderen nooit pressen om hetzelfde te doen. Vos rest nog één vraag: „Wie in deze wegwerp- en consumptiemaatschappij loopt nog warm voor het repareren van een accordeon? De meeste accordeonhandelaren kunnen net zo goed bananen of bontjassen verkopen. Ze denken veel aan cijfers, maar hebben weinig affiniteit met het instrument. Het is vechten tegen de bierkaai. Maar mijn wereld is het niet."

Uit Eindhovens Dagblad door Michiel Elands
• Henk Vos in zijn werkplaats: „Ik heb nog nooit een accordeon weggegooid."
Foto Kees Martens

>>>>>home
bezoek: Le Canard Folk
bezoek: Hommel akademietje
bandoneon makeraccordeon maker

Valid HTML 4.0!