Bouwbeschrijving en overpeinzingen omtrent de stagehommel 1997 (Gooik België)

------------------------------------------------------------------------
We bouwen een diatonische hommel in sol-do, dat wil zeggen dat de speelsnaren in sol gestemd zijn en je op deze hommel zowel in de toonaard van sol als die van do kan spelen. Je kan ook op basis van de tekening mits kleine aanpassingen een chromatische hommel maken, je maakt dan naast de diatonische toets een chromatische toets die naast de diatonische fretten ook de nog ontbrekende chromatische fretten bevat.
De linkshandige spelers onder ons draaien het plannetje gewoon om en bouwen zo een linkse hommel.
Op voorhand:
Alle onderdelen worden op voorhand goed nagekeken op structurele fouten, bramen,
knoesten, scheurtjes en dies meer.
Ze worden een eerste maal bijgewerkt met schaaf, krabstaal en schuurpapier... zonder de
netto-maat te verliezen!
1   De zijkanten worden gelijmd op de kop en de staart.
- op een vlakke ondergrond (een lijmtafel op pootjes zodat de voeten van de lijmklemmen er ruim onder passen)
- de lijmtafel bedekken met keukenfolie om verlijmen aan de tafel te voorkomen
- alle onderdelen goed aandrukken op de tafel om mooi in één vlak te blijven
- altijd beschermblokjes op de aan te drukken plaatsen leggen voor het klemmen, dat beschermt het instrument tegen indruksporen en verdeelt de druk beter zodat er geen openstaande naden achter blijven
- om het lastige verschuiven tijdens het klemmen tegen te gaan, kan je op elk te verlijmen vlak een klein spijkertje inkloppen en afknippen, zodat er een klein "haakje" ontstaat, verzeker je ervan dat er later op die plaats geen bewerking meer moet uitgevoerd worden (bv. het aanschuinen van het kopstuk)
- let erop dat de zijkanten hun recht verloop behouden, kontroleer met een recht latje
2   Dit kader wordt nu aan boven- en onderzijde vlak gemaakt (bedenk hierbij dat vlakschuren altijd veel moeilijker is dan vlakschaven)
3   Het onderblad wordt opgelijmd
- het onderblad moet nog niet juist van maat zijn, dat doen we later nog wel
- leg het onderblad op de lijmtafel
- klop een anti-schuif spijkertje in kop en staart en leg het gelijmde frame op zijn plaats druk aan op kop, staart en boven op de zijkanten (steeds met "klemblokjes")
- kijk of de zijkanten hun recht verloop behouden! desnoods klem je eerst twee rechte hulplatjes op de zijkanten (zonder lijm artuurlijk)
- het kopstuk mag nu afgeschuind en voorlopig afgewerkt worden
- de uitsparingen in kop- en staartstuk kunnen met een guts uitgesneden worden
4 Het bovenblad
- de omtrek wordt uitgezaagd en geschaafd tot op l mm nauwkeurig
- het bovenblad mag geschuurd worden aan zijn bovenzijde en aan de kopse zijde aan de kant van het kopstuk (met schuurpapier van korrel 150 tot 400) plaats je schuurpapier op een vlak blokje zodat er zo min mogelijk "bol" geschuurd wordt
- nu kunnen we op de bovenzijde de positie aftekenen van de klankgaten en de toets
- op de onderzijde tekenen we de posities van de zijkanten, kop en staart, de zangbalk en de steunbalkjes (let erop dat de posities aan boven- en onderzijde overeen komen)
- de klankgaten boren of zagen en definitief afwerken
- de zangbalk en de steunbalkjes worden erop gelijmd
5 De toets
a.voor een diatonische hommel: Si schuur je toets al tot korrel 400 en zaag hem van lengte
- er worden K7 (diatonische) fretten gezaagd, één mm breder dan de toets
- de posities van de fretten worden zéér nauwkeurig op de toets getekend met een héél fijn
potloodje (l mm mis is al héél erg)   
- de si- en de mi- fret kunnen een "tikje" lager getekend worden teneinde een "natuurlijkere"
terts en sext te bekomen   
- de fretten worden ingezaagd met behulp van de "fretten-verstekzaaginrichting" en het frettenzaagje dat een zaagdikte heet! die goed vastzittende fretten garandeert
- de fretten worden er voorzichtig ingetikt op een stevige ondergrond (bescherm je fret tegen klopsporen door er een latje op te houden of door je hamer van een leertje te voorzien)
- de nog uitstekende eindjes van de fretten kunnen nu bijgewerkt worden met zoetvijl en schuurpapier (rondt die uiteindjes mooi af, dan blijf je er zo niet aan haken tijdens het spelen)
- de toets mag nu op het bovenblad gelijmd worden, met een klemblokje dat de hele toets toets juist omvat (voorzie het bovenblad van twee "haakjes")
- gebruik maar juist genoeg lijm, dan moetje later geen vervelende lijmresten wegwerken b.voor een chromatische hommel de toets zal bestaan uit een diatonische helft en een chromatische helft
- er worden 17 (diatonische) fretten gezaagd, één mm breder dan de samengestelde toets
- nu zaagje 8 (chromatische) fretten waarvan je één zijde al definitief afwerkt (daar kun je straks niet meer bij)
-alle fretten worden getekend op de chromatische helft (kruis de 8 chromatische fretten aan) Vzaag de 8 chromatische fretten in
- de twee toetsdelen worden samengelijmd (goed vlak klemmen en niet te veel lijm)
- de 17 diatonische fretten worden ingezaagd
- dé fretten kunnen eringetikt worden en de toets kan afgewerkt worden zols hierboven reeds beschreven werd
6 Etiket
-een naamkaartje en een eventuele boodschap kan nu op de bodem van je instrument
gekleefd worden
7 Het sluiten van je hommel
- lijm je boven blad op de rest, verdeel de druk goed met behulp van lijmblokjes of een op voorhand gemaakte lijst die de aan te drukken delen juist omvat
- gebruik hiervoor de lijmtafel en vergeet de "anti-schuif-spijkertjes" niet   
8 Het afwerken van het kistje
- alle nog uitstekende delen worden nu pas afgeschaafd en/of gekrabstaald   
- alles wat nog niet geschuurd is, kan nu definitief afgewerkt worden










9 Het kammetje en de bruggen
- de brug van de melodiesnaren wordt voorlopig gemaakt
- we trachten de goede hoogte te benaderen door een rechte lat te leggen over de toets van aan de nul-fret tot aan de brug, zo kunnen we ons een beeld geven over de toekomstige speelhoogte van de melodiesnaren
- we maken een klein plateautje op die brug en als we later de snaren op het instrument zetten, kunnen we alsnog de juiste speelhoogte regelen door er wat af te schaven (een te lage brug zorgt voor kletsende snaren, een te hoge brug voor een moeilijk te bespelen instrument doordat je de snaren te ver moet indrukken)
- tevens kunnen we op die wijze ook de "compensatie" regelen bij het opzetten van de snaren: een eindje messingdraad van l mm wordt op het plateautje zó voor- of achteruit geschoven tot de frettenschaal op al haar fretten zuiver op toon klinkt (laat je leiden door de flageolet-tonen of gebruik misschien een stemapparaat)
- pas dan kan je de brugfret inzagen en plaatsen
- het kammetje en de brug voor de bromsnaren mogen, voorzien van een fret op de juiste plaats gelijmd worden ( maak de hoogte van beide bruggen gelijk)
10 Het definitief afwerken
- met een vodje gedrenkt in meubelolie en polijstpoeder (tripoli) kan je nu het hele instrument tot blinkenstoe bewerken
- daarna kan je de hommel beschermen door er bijvoorbeeld een zelfhardende olie op te zetten
- vernissen of politoeren kan ook maar vraagt natuurlijk veel meer tijd en een stofvrije ruimte (al zal zulke afwerking wellicht beter zijn voor de klank...)

11 De stempinnen en snaarbevestig-pinnen
- de plaats voor de stempinnen wordt zo bepaald dat de snaren lateraal niet onnodig knikken
- idem voor de snaarbevestig-pinnetjes (kleine "onthoofde" spijkertjes)
- de gaten voor de stempinnen (van 5 mm diameter) worden voorgeboord met boortje 4,2
- ze staan loodrecht op de richting van de toekomende snaar
- ze worden op een stevige ondergrond een eindje in het kopstuk getikt, om er vervolgens
verder ingedraaid te worden met een stemsleutel

12 Het fijn besnaren   
- de snaren van een gitaar zijn geschikt, als je de dikte respecteert (zie tekening)
- je kan ook gerust experimenteren met snaren, het zelfde instrument kan met verschillende snaren heel anders klinken
- alle snaren in dezelfde zin om de stempin wikkelen (rechtsdraaiend aanspannen)

13 Het ongeluksgetal
- waarop we volgens de wetten van Murphy hier beter niet op ingaan... (alhoewel)
14 Spelen maar
- of bel eens naar Gerrit Van den dries (016/6\ 52 79) en stort je hart maar eens uit

     
dimensies